Pret op dé Tranchée

Winterse ijspret op een bevroren Tranchée, winter 1965/’66. GAW Archief B.C.

Een winters plaatje ditmaal. Niet van een idyllische kasteelsgracht, Kasteelswal of een nostalgische ‘witte’ Hoge kei maar een plek ver daarbuiten. Aandacht ditmaal voor de zogenaamde Tranchée, het buitenverblijf, recreatieoord van het BC (Bisschoppelijk College). Menig jongmens, Weertenaar of afkomstig uit nabije omgeving, en zelfs van ver daarbuiten, bezocht het complex meerdere malen per jaar. Tenminste voor zover hij of zij in de jaren zestig en zeventig onderwijs genoot op het BC. En dat was, zeker waar dat mijzelf betrof, meestal in zonniger omstandigheden. Ik herinner mij als externe leerling niet ooit aan dergelijke ijspret deel genomen te hebben.

Tranchée

Het complex Tranchée bestond uit een hoofdgebouw met twee grote ruimtes voor de ‘opvang’ van de jonge Collegianen met er aan vast een botenhuis (rechts op de foto). Verder was er een zwembad dat net als het bad van de IJzeren Man onderdeel uitmaakte van een natuurwater, waarop men kon zeilen en kanoën. Die plek vormt hier het decor waar deze knapen (dames ontbreken zo lijkt het) onder het toeziend oog van medeleerlingen en docenten hun onderlinge wedijver botvieren.
Verder lag links vanuit de situatie van de foto (noordwestelijk richting Budel) een gigantisch grasveld dat mogelijkheden bood voor voetbal, hockey, softbal of welke sport dan ook. Sporten op het verst gelegen voetbalveld hield wel in dat je het gebruik van wc’s diende te plannen. Een tocht naar de hokjes in het hoofdcomplex hield namelijk een tijdspanne van een kleine tien minuten in. Met gezwinde pas. Dichterbij het hoofdgebouw, het paviljoen, lagen tennisbanen en enkele - weliswaar - eenvoudige atletiekvoorzieningen.
Het complex maakte onderdeel uit van de geweldige plannen die directeur Moors en provisor Nabben hadden met ’hun’ college als baanbrekend onderwijsinstituut: een geweldige schoolcampus aan de Kazernelaan met een nabij gelegen complex voor sport en cultuur, De Lichtenberg en een voetbalstadion in de bossen van de IJzeren Man. En last but not least het Tranchéecomplex, een groots recreatiecentrum met een prachtig vormgegeven paviljoen ver buiten de stad aan een ven. Het paradepaardje is het ook wel genoemd.

Een diepe sleuf

De Tranchée, men spreekt oorspronkelijk van dé Tranchée, was een klein ven dat ontstaan was door zandwinning voor de aanleg door de Grand Central Belge van de spoorlijn Antwerpen Mönchengladbach. De afgraving had een langwerpige diepe sleuf, in het Frans tranchée, in het landschap achtergelaten waar later het ven ontstaan was. Vandaar de naam.

Recreatieoord

De plannen voor het complex gaan terug tot 1953. In dat jaar regelt provisor Nabben zaken met de Nederlandse Spoorwegen over een te realiseren recreatieoord in het bosheidegebied tussen Weert en Budel. In 1955 verkoopt de Staat der Nederlanden, een verder stuk grond van zo’n tien are voor eenhonderd twintig gulden. Het ven is al in bezit van het BC. In 1957 volgt een aanbesteding en in 1958 is de bouw in volle gang. Uiteindelijk zal het hele complex een oppervlakte beslaan van 21 hectare met een sportveld van liefst tien hectare.
Niet alles wat bedacht is, gaat door. Tot een kampeer- en bivakkeergelegenheid komt het bij mijn weten niet. Dat geldt ook voor twee bungalows voor jeugdleiders. Wel wordt een beheerderwoning gebouwd, misschien gerealiseerd in een van de geplande bungalows voor de jeugdleiders.

Resten

Het complex is er niet meer. Al in de jaren zeventig ontstaan er plannen om het Tranchéegebied opnieuw te ontwikkelen. Het BC wil er op termijn van af. Mede door de veranderingen op onderwijsgebied en het teruglopend gebruik. In 1975 verschijnen de eerste ontwerpen. Uiteindelijk komt er in 1984 een bungalowpark nadat de nodige obstakels (onder andere bezwaarschriften van de NS) genomen zijn. Het College heeft dan intussen het terrein voor een bedrag van twee miljoen gulden verkocht aan de heer Gordijn en het geld in een afzonderlijke Stichting St.Jozef (nu Provisus Stichting St.Jozef geheten) ondergebracht. Die stichting gebruikt het geld elk jaar voor de ondersteuning van educatieve projecten.
Wie de plek inneemt van de fotograaf van toen, ziet nu het hoofdgebouw van het bungalowpark De Weerterbergen. Wie weet en oog heeft van wat er was, kan hier en daar toch nog restanten ontdekken zoals de mergelstenen muren en de betonnen afbakening van het zwembad en de kleedhokjes.
Het paradepaardje, de vruchtbare samenwerking van architect Pierre Weegels en kunstenaar, tevens docent, Harrie Martens is weg. Het ontwerp van Theo Boosten en de gebouwen van het BC aan de Kazernelaan gaat op termijn plat. Het is te hopen dat het Lichtenbergcomplex de herinnering aan de visie van Moors en Nabben, vormgegeven door het koppel Weegels/Martens, mag blijven bewaren.


Theo Schers
Erfgoedcluster Weert


Bron

Land van Weert katern Typisch Weert Rubriek Toen en noow 2 januari 2011

Terug in de tijd

Ga naar het overzicht Toen en Noow 2011

Ga naar het overzicht Toen en Noow vanaf 2008