11 augustus 1980
Kotsmisselijk

NV Meelfabriek Van de Venne
Industriekade
GAW Beeldbank RO.633
 

Tijdens de vergadering van de Commissie Algemene Zaken van 11 augustus 1980 wordt door raadslid Mies Geraats de ondraaglijke stank afkomstig van de NV Meelfabriek Van de Venne aan de Industriekade ter sprake gebracht.
Regelmatig verspreidt een wee-zoete lucht zich over de wijken Fatima, Oda en Boshoven. Als de wind nog ongunstiger staat, ruiken ook de inwoners van andere delen van de stad deze kotsmisselijk makende geur. Inwoners krijgen er hoofdpijn van en de vraag rijst of er geen schadelijke stoffen vrijkomen.
Voor Geraats is de maat vol. Al sinds 1978 belooft de meelfabriek een ‘uitwasinstallatie’ in een nieuwe schoorsteen te plaatsen. Telkens zijn er vanwege de meelfabriek technische problemen en wordt de realisering van een oplossing vooruit geschoven. Wat de commissie ook stoort, is dat de fabriek niet zelf contact met de gemeente opneemt als er tegenslagen zijn.
Raadslid Geraats krijgt bijval van andere raadsleden en de commissie wil nu daden zien.
Tijdens de vergadering wordt burgemeester Jo Matti opgedragen met de directie van de meelfabriek in overleg te treden om op korte termijn aan de stankoverlast een einde te maken.
Mocht dat geen succes hebben, dan is een voorstel tot sluiting van de fabriek volgens een aantal leden van de Commissie Algemene Zaken onvermijdelijk, zo noteert de verslaggever van weekblad Op de Keper na de vergadering. De NV Meelfabriek Van de Venne mag pas weer in bedrijf worden gesteld nadat een nieuwe hinderwetvergunning is verstrekt.

Bron