Kantonnier Kuuëtele Neer

Stadsreinigingswagentje 1947
GAW Beeldbank 7833

Welke oudere Weertenaar kent ze niet, de edele beroepen als die van klokopwinder, putjesschepper, lantaarnaansteker, stadsomroeper en kantonnier. Misschien is voor een jongere generatie niet altijd duidelijk wat deze mensen deden, maar zeker is dat de mensen met deze functies precies wisten waar ze aan toe waren. En ook de burger in de straat wist van de naad en de kous. Dat leverde in bepaalde gevallen zelfs een bijzondere relatie tussen persoon en beroep op. Ties d´n Umbelder bijvoorbeeld staat parmantig vereeuwigd in brons op de Markt en voor menig oudere Weertenaar is de naam van Kuuëtele Neer nog altijd een begrip.

Buitenmensen

Deze laatste had als baan bij de gemeente die van kantonnier, wegwerker. Hij was in eerste instantie verantwoordelijk voor het onderhoud van vaak toen nog niet geasfalteerde rijks- en provinciale wegen. Daar bleef het niet bij. Ook de berm en het groen naast de weg waren aan hem toevertrouwd en hij moest erop toezien dat geen takken of bladeren het gebruik van de weg konden belemmeren. Paardenkeutels en ander ongerief moesten snel en ordentelijk weggewerkt worden. Het was een baan voor buitenmensen. Een baan ook die gezien de dossiers van vader op zoon ging.

Aanstellingsbrief uit 1883

Enig inzicht in het hoe en wat van de functie van kantonnier biedt ons een dossier uit eind 19e eeuw. Dat dossier bevat naast een persoonlijk schrijven ook enkele officiële stukken zoals een aanstellingsbrief. Dit document uit 1883 kenmerkt zich vooral door zijn concreetheid in de functiebeschrijving. Onder de kop: ´Wegen van provinciale belang waarop de kantonniers werkzaam moeten zijn.´ staat precies waar de betreffende man nu geacht werd te werken: Van weg No 16 der tabel, leidende van den Provinciale weg Horn-Baexem-Weert te Weert, naar de grens van Stramproy’[lengte 5760 m.] en weg no. 84 van dezelfde tabel die liep van het station ‘van den spoorweg Antwerpen, Gladbach, te Weert, naar het begin traversie van Weert, bij de Langpoort, en vervolgens uit die traversie, bij de Hoogpoort over de Biest, naar de brug over de Zuid Wilemsvaart aldaar [lengte 980 meter]´ Tevens, zo staat er te lezen, moest de kantonnier ook voor de zijtak van laatstgenoemde weg naar Tungelroy zorgen, lengte 1500 m. Dat alles met een bezoldiging ad ƒ 260,00 per jaar, een bedrag dat wellicht samenhing met het aantal meters van genoemde wegen.

Regelmaat

Niet alleen stond precies omschreven waar hij moest werken, ook werd exact vastgelegd wanneer hij dat geacht werd te doen. Het document vervolgt: ´De kantonnier moet vanaf 1 April tot 1 0ctober van des morgens 6 tot des avonds 7 uur en den overigen tijd van zons op tot zons ondergang werkzaam zijn, behoudens de navolgende rusturen: van 1 April tot 1 October, van 8-8½, van 12 – 2 en van 4 – 4½ en van 1 October tot 1 April van 12-1½ uur.'

Niks inklokken, niks flexibele werktijden of men moet de variaties in het op en ondergaan van de zon als zodanig gaan bestempelen.
Ook in het noemen van het gereedschap is de aanstellingsbrief kenmerkend concreet. Het archiefstuk weer: ´De vaste arbeider, behoort ten allen tijde voorzien te zijn van de noodige voldoende gereedschappen, als schoppen, loeten¹, een lijn met ijzeren pinnen, voorts voorziet hij zich van een distinctieve pet.´

Integer

Hetzelfde dossier gunt ons ook nog een blik in de verhouding tussen werknemer en werkgever. Met een opmerkelijk staaltje van taakvolwassenheid richt de kantonnier zich richting burgemeester en wethouders. Onderwerp is ondermeer het toezicht op den nieuwen Weg van Weert, op Stramproy, waarvan door de bewuste kantonnier ´welmeenentheid vertrouwelijk …belooft´ is zich in te willen zetten. Hier zijn relaas:

´Nooit heefd geldelijk aanbod, of wat meer is,+ mij het geringste in mijne toevertrouwde pligt kunnen doen vergeten. Ik heb alle zorg en ijver, tot het goed maken van den weg aangewend, en heb van den vroegen morgen nooit den weg verlaten, en nauwkeurig op den maat, van de in aanvoer brengende kiezel gelet, en opgetekend, waarvan ik het raport aan U ed[elachtbare]. en aan de heer […] heb ter hand gesteld, en alzoo vrij kan beweren dat geen enkel kar kiezel buiten mijn toezicht, is op den weg gekomen en met de onbetwistende waarheid durf verklaren, dat de door mij opgegeven maat van kiezel, werkelijk door den aanemer zijn geleverd geworden´.

De taken van de kantonnier werden overgenomen door de dienst Publieke Werken, de afdeling Onderhoud Wegen en Reiniging. Die ging in 1995 weer op in de afdeling OOR, Onderhoud Openbare Ruimte, waarmee ook een einde kwam aan de ´distinctieve pet´.
Bovenvermeld dossier (Nieuw Archief der Gemeente Weert 1795-1920, inv.nr.1714) wordt bewaard in het Gemeentearchief. Dat bevat meer van deze persoonsdossiers. Tegenwoordig worden ze vernietigd. Waarom? Uit persoonsbescherming of gewoon omdat de documenten over output en input toch niet meer zo interessant zijn?

Wie zal het zeggen?

Noot
1 Loet: werktuig om slib en vuil van de weg te verwijderen

Theo Schers
Gemeentarchief Weert

Bron

Land van Weert rubriek Wieërt Toen en Noow 17 september 2008

Lees ook

15 oktober 2008 Opwindend werk bij de gemeente

12 november 2008 Nachtwakers ... lawaaimakers

7 januari 2009 'Bromsnorren' in Weert

2 februari 2009 Interieurverzorger was vroeger schoolpoetser

1 april 2009 Werk zonder aanzien: putjesschepper

29 april 2009 Heen en weer ... en heen en weer

27 mei 2009 De Lantaarnopsteker

Terug in de tijd

Ga naar het overzicht Toen en Noow 2008

Ga naar het overzicht Toen en Noow vanaf 2008