29 augustus 1566
De vernielingen gaan door

Klooster Maria Wijngaart aan de Maasstraat
GAW Beeldbank A6616

Onder leiding van Jan en Herman Ressen komen op 29 augustus 1566 de beeldenstormers die in het minderbroederklooster aan de Biest hebben huisgehouden, samen in herberg De Croon om de volgende stappen te bespreken.
Het oog valt het op klooster Maria Wijngaart in de Maasstraat en de St. Martinuskerk aan de Markt.
Omdat de zusters nog in het klooster verblijven weten de herbergier van De Croon, Jacob van Stralen, en diens broer Cornelis met enkele burgers de beeldenstormers over te halen hun verwoestende werk niet 's avonds of ’s nachts uit te voeren.
Rond 18.00 uur trekt een groep beeldenstormers naar het klooster. De zusters proberen de beeldenstormers gunstig te stemmen door hen te voorzien van drank en spijs.
Veel heeft het niet geholpen. Al snel gaan de beelden aan diggelen. Het houtwerk van het klooster wordt ontzien, de beeldenstormers zijn onder de indruk van de hevig huilende zusters.
Vervolgens trekt de groep naar de St. Martinuskerk. Alle beelden, stoelen en lessenaars worden kort en klein geslagen. Alleen de preekstoel en de klokken blijven gespaard.
De ravage is enorm en nodigt uit tot nog meer plundering.
Na de beeldenstorm wordt de St. Martinuskerk volledig leeggeruimd. Vanaf dan vinden er calvinistische diensten plaats, zonder beelden, zonder pracht en praal.
Er is tweemaal daags een preek en er worden psalmen en andere liederen gezongen en dit alles in de Nederlandse taal.

Bron